Hoe de reclame-industrie opnieuw de kern dreigt te missen

Wat tien jaar digitale versnelling ons echt heeft geleerd over merken, groei en marketingeffectiviteit

Tien jaar geleden schreef Ian Leslie How the Mad Men Lost the Plot, een scherp essay over hoe de reclame-industrie zichzelf dreigde te verliezen in de omhelzing van big tech. Het stuk raakte een gevoelige snaar, niet alleen bij adverteerders, maar ook bij bestuurders en CFO’s die marketing vooral waren gaan bekijken als een optimalisatievraagstuk.

Tien jaar later is de vraag niet of hij gelijk had.

De vraag is: hebben we werkelijk iets geleerd?

Van cultuurindustrie naar tech-appendix

De reclame-industrie was ooit een culturele kracht. Ze concurreerde met Hollywood. Ze creëerde collectieve herinneringen. Campagnes werden gedeeld, geciteerd, gezongen. Merken bouwden betekenis op schaal.

Vandaag klinkt op internationale marketingevents vaak een ander vocabularium: dashboards, impressions, attribution models, martech stacks. Technologie is geen hulpmiddel meer, maar vaak het doel op zich geworden. Zoals een ervaren creatief het ooit cynisch omschreef: “Cannes voelt soms meer als een vakbeurs voor industriële dakisolatie dan als een etalage van ideeën.”

Dat gevoel is geen nostalgie. Het is een strategisch alarmsignaal.

De fundamentele denkfout van digitale efficiëntie

De digitale belofte was verleidelijk:

  • perfect meetbaar

  • hypergericht

  • zonder verspilling

Maar precies daar zit de paradox.

Uit decennia empirisch onderzoek - met name van Byron Sharp en het Ehrenberg-Bass Institute - weten we vandaag iets wat nog steeds te weinig wordt toegepast:

Merken groeien niet door loyaliteit te verdiepen, maar door mentale beschikbaarheid te verbreden.

Met andere woorden:

  • Groei komt van light buyers, niet van trouwe fans

  • Marktaandeel groeit door bereik, niet door engagement

  • Herinnering verslaat relevantie

Digitale marketing is uitzonderlijk goed in het targeten van mensen die al kopen.

Maar net dat is strategisch inefficiënt.

“In de verspilling zit de waarde”

Wat jarenlang als “waste” werd gezien — massabereik, herhaling, niet-perfecte targeting — blijkt precies datgene wat merken groot maakt.

Sterke merken:

  • bereiken ook mensen die nu niet geïnteresseerd zijn

  • zeggen vaak weinig, maar wel consistent

  • beïnvloeden aankoopgedrag indirect en vertraagd

Advertising werkt niet als een verkoopgesprek.

Ze werkt als een probabilistische geheugenmachine en bouwt conditionele reflexen (Pavlov,…).

Een emotionele tv-campagne verandert de kans dat iemand jouw merk koopt met een fractie van een procent. Onzichtbaar. Onmeetbaar op korte termijn. Maar op schaal vertaalt die fractie zich in miljoenen.

Waarom “engagement” zelden groei oplevert

De obsessie met engagement — likes, shares, comments — botst frontaal met hoe mensen zich daadwerkelijk tot merken verhouden.

De harde realiteit:

De meeste consumenten geven niet om merken

  • Ze willen geen relatie, geen dialoog, geen project

  • Ze willen kiezen zonder nadenken

Data toont keer op keer dat engagementrates verwaarloosbaar zijn. Niet omdat campagnes slecht zijn, maar omdat het uitgangspunt fout is.

Zoals een senior marketeer het ooit onverbloemd zei: “Na vijftien jaar digitale experimenten hebben we geleerd dat mensen niet met merken willen praten — omdat ze er niets om geven.”

Emotie, consistentie en culturele imprint

De meest effectieve campagnes van de afgelopen decennia delen drie kenmerken:

  • Emotie boven argumentatie

  • Consistentie boven vernieuwing

  • Culturele herkenbaarheid boven personalisatie

Dit verklaart waarom klassieke campagnes — van Guinness tot John Lewis — decennia later nog steeds herinnerd worden, terwijl duizenden “slimme” digitale campagnes spoorloos verdwenen zijn.

Merken zijn geen verhalen die je elke zes maanden herschrijft.

Ze zijn mentale shortcuts die je jarenlang voedt.

Technologie is niet het probleem — instrumentalisering wel

Laat dit duidelijk zijn: dit is geen pleidooi tegen technologie, data of AI.

Integendeel.

Het probleem ontstaat wanneer:

  • technologie strategie vervangt

  • data betekenis verdringt

  • optimalisatie richtingloos wordt

De toekomst ligt niet in “of-of”, maar in intelligente integratie:

technologie als versneller

  • data als kompas

  • creativiteit als geheugenanker

Wat dit betekent voor CEO’s en marketingbeslissers

Voor leiders die duurzame groei nastreven, zijn de implicaties helder:

  • Stop met marketing uitsluitend te beoordelen op korte-termijn metrics

  • Investeer opnieuw in bereik, herkenning en consistentie

  • Gebruik technologie om mentale beschikbaarheid te versterken, niet om ze te fragmenteren

  • Bouw merken zoals infrastructuur: traag, robuust, toekomstgericht

Of zoals Warren Buffett het in essentie toepast: merken zijn geen kostenpost, maar langetermijnactiva.

De BrandQs-visie

Bij BrandQs vertrekken we niet vanuit tools, maar vanuit wetten van groei.

We combineren:

empirische marketinginzichten

  • strategische discipline

  • creatieve kracht

  • en slimme technologie

Niet om ruis toe te voegen, maar om merken opnieuw een plek in het hoofd van mensen te geven. Want in een wereld vol dashboards blijft één waarheid overeind:

De belangrijkste media-ruimte is nog altijd het menselijk brein.

👉 Wil je bouwen aan een merk dat niet alleen presteert in dashboards, maar ook blijft bestaan in hoofden?

BrandQs helpt bedrijven groeien met strategieën die technologie benutten - zonder hun ziel te verliezen.

X

I can do it all

https://www.brandqs.be
Vorige
Vorige

Claude Skills: waarom creatief gokwerk plaatsmaakt voor onderbouwde strategie

Volgende
Volgende

Een nuttige marketing podcast als je in restaurant of hotel business zit